Onbeschrijflijk

De weg die Annelies af moet leggen en HSCT heet, is op sommige momenten onbeschrijflijk. De manier waarop zij de pijn en eenzaamheid beschrijft tijdens dit traject heeft ons als redactie letterlijk bij de keel gegrepen. Wij leven met terugwerkende kracht ontzettend mee met het wel en wee van deze onbeschrijfelijk positieve vrouw. Lees mee met het 4e deel in deze serie.

“Ik wens niet in detail te treden omdat de wonden te vers zijn, maar ik kan u wel het volgende zeggen: het was de hel.”

Voor sommige zaken bestaan geen woorden. Daar zijn ze te erg voor. Ze zijn onbeschrijflijk. Mijn afgelopen 8 dagen vallen in die categorie. Ik wens niet in detail te treden omdat de wonden te vers zijn, maar ik kan u wel het volgende zeggen: het was de hel. De chemo, het konijnenspul, de cortisonen, de paniekaanvallen en alle bijverschijnselen: het was meer dan een mens kan dragen. Het was meer dan ik kon dragen. Ik wist niet waar ik aan begon, dat is nu wel duidelijk. Ik had totaal onderschat welke impact dit afzien en dit isolement op mij zou hebben.

Ik ga graag door voor een evenwichtig persoon, maar ik heb tot hiertoe al twee ernstige paniekaanvallen gekregen. Ik spreek dan over sjotten tegen mijn ziekenhuisbed, gillen en huilen van ellende. Twee keer hebben de verpleegsters mij al moeten kalmeren met een dosis valium. Elke dag krijg ik xanax. Zover is het al gekomen. Ik zit hier al zolang, en ik moet hier nog zolang, en dat is zwaar om dragen. Die eerste dagen chemo, waarop ik weer extreem fel reageerde (lees: ik ken alle schakeringen van de kleur die gal kan aannemen), waren verschrikkelijk. Er waren momenten bij dat ik niet wist waar te kruipen van ellende. Zoveel pijn en zoveel overgeven. Ik klauwde mijn nagels in de matras en gilde het uit van pure miserie. Nu, op dag 9 van mijn opname, is de misselijkheid eindelijk weggeëbd. Toch word ik nog steeds beklemd door een hulpeloos en machteloos gevoel. Een bodemloos gevoel. Het lijkt of ik val en ik kan mij nergens aan vastklampen. Maandag heb ik mijn stamcellen teruggekregen. Vandaag zit ik aan dag +3. Gemiddeld hebben de stamcellen zo’n 10 dagen nodig om hun plaats te vinden en in gang te schieten. Nog 7 dagen, als het meezit. Daarna nog een aantal dagen aansterken vooraleer ik naar huis mag. Niet zo lang, zou een buitenstaander zeggen. Wacht maar tot je hier ligt.

“Het is hier stil, de ergste gedachten en gevoelens gaan door mijn hoofd en ik heb al mijn energie nodig om niet alle kabels los te trekken en het hier af te trappen.”

De nachten zijn het ergste. Badend in het zweet zweef ik tussen waken en akelig dromen. Om het half uur moet ik uit mijn bed om te gaan plassen. Mijn nieren worden fel gereinigd na al het vergif dat ze hebben moeten slikken. Slapen wordt dan wel heel moeilijk. Het is hier stil, de ergste gedachten en gevoelens gaan door mijn hoofd en ik heb al mijn energie nodig om niet alle kabels los te trekken en het hier af te trappen. Dat zou natuurlijk wel heel dom zijn. Momenteel zijn mijn witte bloedwaarden nagenoeg nul en ben ik extreem vatbaar voor virussen, schimmels en bacteriën. Het aftrappen zou zelfmoord zijn.

Mijn mama komt me vaak bezoeken, N. ook – onder stikte voorwaarden. Niet iedereen mag hier binnen- en buiten komen lopen. Het risico is te groot. Die bezoekjes doen me deugd, maar worden altijd aangevangen en afgesloten door een hevige huilbui. Neem me mee! Ik wil zo graag mee naar huis! Ik wil hier niet langer blijven! Als mijn lievelingen weg zijn, voel ik me verloren. In de steek gelaten en extreem alleen. Ik glijd af in een bodemloze put. Daarbovenop doemen te pas en te onpas beelden van mijn meisjes op in mijn hoofd. Nu is het officieel: dit is de langste periode dat ik hen niet gezien heb. Ik maak me geen zorgen om hen: ze worden gekoesterd en vertroeteld door mijn lieve familie. Dat neemt niet weg dat mijn moederhart bloedt. Een moeder hoort bij haar kinderen. Dat is een natuurwet.

Vandaag is de eerste dag dat ik me fit genoeg voel om een blog te schrijven, dus ik beschouw vandaag als een overwinning. Ik heb nog een hele lange, eenzame weg te gaan, maar ik moet voor ogen houden dat ik ook al een hele lange, moeilijke weg heb afgelegd. Daar mag ik best trots op zijn. Ik blijf vechten!

x Annelies

 

FacebooktwitterlinkedinFacebooktwitterlinkedin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.