MS door de ogen van een vriendin

Na onze oproep schrijft Belinda ons over een vriendin van haar. Haar vriendin heeft MS. Hun vriendschap lijdt er niet onder, maar is wel voor een deel veranderd. Hoe gaan Belinda en haar vriendinnen om met de MS van hun vriendin. Weliswaar merkten ze niks aan haar in het begin, maar nu is dat toch wel anders. Maakt het uit? Nee, want de vriendschap blijft. Zoals Belinda ook aangeeft, “mijn vriendin is niet haar MS, ze heeft MS”.

“Ik denk dat ik weet hoe moeilijk dat moet zijn voor haar.”

Mijn vriendin heeft MS. Ik denk dat ik weet hoe erg dat moet zijn voor haar. Je gezondheid laat je steeds verder in de steek, je kunt steeds minder omdat je heel vaak moe bent of last hebt van je gewrichten en spieren. Je kunt steeds minder meedoen met de maatschappij. Werken lukt al jaren niet meer, maar ook de sociale uitstapjes en uitspattingen gaan steeds moeilijker, of ze is er zelfs helemaal niet meer bij. Ik denk dat ik weet hoe moeilijk dat moet zijn voor haar.

Maar niets is minder waar. De uitspraak ‘last van de gewrichten en spieren’ klopt al niet (ik weet dat het een aandoening in het centrale zenuwstelsel is), maar zo denk ik dat het zal voelen, en noem het gemakshalve dus zo. Klopt niet. Ik denk dat ik helemaal niet weet hoe het voelt, en nog belangrijker; hoe zij zich voelt. Ik zie wel hoe ze zich voelt; haar gezicht verraadt dit meestal direct. Soms een wat grauwe kleur, ogen die vermoeid staan, maar ook aan de manier van lopen zie je het af en toe. Het gaat allemaal net wat minder soepel.

“Dan komt toch een moment waarop ze moest aangeven dat niet alles meer lukte”.

Onze vriendschap is ooit anders begonnen. We konden, samen met nog een paar vriendinnen, alles doen. Samen naar feestjes, weekendjes weg, carnaval. Je hoefde er niet over na te denken of dat lukte, we deden dit gewoon. Na de diagnose deed mijn vriendin nog steeds ‘gewoon’ mee. De eerste periode merkten we ook niet zoveel. Gingen door in het tempo wat we gewend waren. Dan komt toch een moment waarop ze moest aangeven dat niet alles meer lukte. Grenzen aangeven. Dit viel haar niet makkelijk. Mondjesmaat werden grenzen aangegeven, waarop wij dachten en hoopten dat we ons er op aanpasten. Misschien wel, misschien niet genoeg?

Soms speelt schuldgevoel ook een rol. Ik geef aan dat ze ten allen tijde hulp kan vragen en dat vooral ook moet doen. Maar dan vraagt ze hulp, en dan kan ik niet, of past het me op dat moment niet. Dat is voor mij op dat moment ook echt zo, maar ik voel me wel tekort schieten. Of soms lukt het wel om hulp te bieden, maar dan lijkt het of ik mijn eigen gezin laat ‘vallen’. In het hele proces van de MS hebben we ook besproken, samen met de vriendinnen, dat het aangeven van grenzen en hoe ze zich voelt heel belangrijk is. Wij neigen door te gaan en zien haar grenzen niet altijd. Maar geeft ze deze aan, dan nog weet ik zeker dat ik haar wel eens teleurstel. Dat kan niet anders.

“Voor mij is het belangrijkste dat ze er bij is”.

De weekendjes weg zien er nu ook anders uit. Geen actieve uitspattingen en dicht bij de logeerplek blijven, zodat ze ’s middags naar bed kan. Is dat erg? Nee, wel wennen, maar erg? Nee. Het is geven en nemen. Voor mij is het belangrijkste dat ze er bij is. Mijn vriendin heeft ms. Maar ze is niet de ms. Ze is mijn vriendin, met al haar karaktereigenschappen, haar mooie en minder mooie kanten, en alles wat onze vriendschap kenmerkt.

Belinda

FacebooktwitterlinkedinFacebooktwitterlinkedin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.