Mama is een beetje ziek

Annelies schrijft dit keer over haar gesprek met haar dochters. Het gesprek over wat komen gaat. Een stamceltransplantatie. Een zware periode voor hen allemaal. Zoals Annelies zelf zegt “ik hoop dat ik meer afzie dan zij”. Dit is deel 2 in een serie van 6 waarin wij meegenomen worden in het HSCT proces van Annelies van Oost. Elke vrijdag verschijnt een nieuw deel van het verhaal.

‘Meisjes, jullie weten toch dat mama een beetje ziek is hé?’

Aldus de opening van het gesprek dat ik steeds maar had uitgesteld omdat ik niet wist hoe ik het moest aanpakken. Het gesprek met onze meisjes over dat wat komen gaat. Het werd tijd. Ze vangen flarden van gesprekken op en voelen de nervositeit hier in huis stijgen. Iedereen doet een beetje anders dan anders. En ook al zeggen onze dochters het niet met woorden, ze voelen dat er iets op til is. Onderschat nooit de voelsprieten van een kind. Die zijn nog niet verpest door het volwassen worden.

R, onze oudste dochter, is met haar vijf jaar een krak in het meevolgen van gesprekken terwijl ze schijnbaar druk bezig is met kind-zijn. Een tijdje terug had ik een telefoongesprek met een goede vriendin over mijn behandeling terwijl R. in de keuken aan het kleuren was. Uiteraard ben ik heel omzichtig geweest met mijn uitspraken, maar toch denk ik dat ze toen iets heeft opgevangen over mijn toekomstige korte haarcoupe. Want sinds dat moment is ze opeens geobsedeerd door haar eigen haar. Ze hoopt dat het zo lang wordt totdat ze erop kan gaan zitten. Ze borstelt het met overdreven aandacht en wil elke dag een andere look. Rapunzel is de nieuwe lievelingsfilm. Geen woord over het haar van mama, maar de timing van deze nieuwe obsessie vind ik verdacht. Mijn lieve dochter probeert me iets te vragen.

Ook in het gedrag van P, onze kleine krullenbol, merk ik verandering. Ze knuffelt veel. Maar echt enorm veel. Meer dan anders heeft ze die fysieke bevestiging nodig dat ik er nog ben. Minstens om het kwartier staakt ze haar spel om me een dikke pakkerd te komen geven. ’s Morgens en ’s avonds kan ze wel een half uur liggen snuzzelen bij mij. Ik vind het zalig, maar ik weet ook: mijn dochter probeert me iets te vragen.

En zo vroegen onze beide dochters ons zonder het te vragen om uitleg. Dus ben ik het gesprek aangegaan. Samen met mijn rots in de branding natuurlijk. Want dit is iets waar we met vier door moeten. We besloten het kort, eenvoudig en met een happy end te doen. We wilden er geen formeel zet-u-eens-aan-tafel-want-wij-moeten-jullie-iets-zeggen-moment van maken, dus terwijl ze hun pyjama’s aan het aantrekken waren, vertelden we dat de dokters mama gaan beter maken, maar dat mama eerst ziek zal zijn door de medicijnen. Dat mama ook een tijdje weggaat naar het ziekenhuis (maar zeker terugkomt!) en dat we elke dag kunnen facetimen. En jullie mogen gaan logeren bij moetie, en nona, en tante, en nonkel.

“De focus lag waar ik had gehoopt dat hij zou liggen: bij hen en niet bij mij.”

Er zaten weglatingen in onze uitleg, minimaliseringen en overdrijvingen, maar het was blijkbaar een goede uitleg. De meisjes waren enthousiast. Vooral over die logeerpartijtjes en het vooruitzicht om de tablet zelf te mogen vasthouden tijdens het facetimen. De focus lag waar ik had gehoopt dat hij zou liggen: bij hen en niet bij mij. Geen vragen over wanneer, hoe lang, hoe slecht. Zelfs geen vragen over mijn haar, of spuitjes, of plakkers. Enkel over bij wie ze dan allemaal mochten gaan slapen, en hop, de aandacht lag al terug bij hun puzzels en hun poppen.

Had ik mij hiervoor zo druk gemaakt? Dit was echt gemakkelijk. Oef, een pak van mijn hart. Ik had mij aan honderdeneen vragen verwacht, aan tranen misschien. Maar ze reageerden net alsof ik had gezegd dat we wel spruitjes gingen eten, maar daarna naar het zwembad zouden gaan. Fantastisch, hoe luchtig ze op deze nieuwe informatie reageerden.

Toch zat ik daar met een krop in de keel. Mijn hart breekt als ik eraan denk dat ik hen moet achterlaten. Die schaapjes weten niet wat hen te wachten staat. Hun mama weg, ziek, voor onbepaalde duur. Niets zo hartverscheurend dan kinderen die gescheiden worden van hun moeder. Maar dan dacht ik: misschien is dit mijn verdriet dat ik projecteer op hen? Misschien voelt die scheiding voor hen minder lang aan dan voor mij? Kinderen hebben immers nog de gave om de dag te plukken en niet aan doemscenario’s te denken.

Laat ons hopen dat ik er meer van afzie dan zij. Laat ons hopen dat hun puzzels en hun poppen hen meer interesseren dan de toestand van hun mama. En laat ons vooral hopen dat ze zich heel deze periode later gewoonweg niet zullen herinneren. Dat hoop ik voor mezelf namelijk ook.

x  Annelies van Oost

 

FacebooktwitterlinkedinFacebooktwitterlinkedin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.